Stevenson Trail

Op de Stevensonroute GR70 door Lozère en Gard van La Bastide-Puylaurent tot Alès via Chasseradès, Le Bleymard, Mont-Lozère, Le Pont de Montvert, Florac, Cassagnas, St Germain de Calberte.

 

 

GR70

Van La Bastide-Puylaurent tot Alès

Chasseradès

 

La Bastide-PuylaurentVrijdag 10/09/2010, La Bastide-Puylaurent tot Les Alpiers, 29,6 km
Na het ontbijt ben ik al op stap kort na 8. Ik laat Philippe de groeten overmaken aan de andere gasten en speciaal aan Chantal en Arthur, een koppel fervente fietsers met een tandem racefiets afkomstig uit Verviers.
Het is zonnig maar zeer koud door de snijdende wind. Ik zorg ervoor dat ik geen kou vat. De eerste 4 km stijgen naar een plateau waar de wind nog meer heer en meester is. Ik passeer de rots van Rechaubo en ga dan in de richting van Chabalier. In een hotel-restaurant iets voor 11 u hou ik even halt om te genieten van een warme kop koffie.

Kort daarop wandel ik het dorpje Chasseradès binnen. De enige winkel is sedert begin september definitief gesloten. Nu ben ik blij dat ik wat boterhammen en wat fruit heb meegekregen voor onderweg. Ik breng een bezoek aan het Romaanse kerkje Saint-Blaise met zijn vierkanten toren. Het kerkje is net een kleine burcht en heeft nog gebeeldhouwde kantelen uit de 12de eeuw. Na het bezoek aan het kerkje wandel ik naar een ander prachtig bouwwerk. Iets verder in het gehucht Mirandol kronkelt zoals een slang een spoorlijn door het heuvellandschap om via een viaduct en oude tunnels ondergronds te verdwijnen.Nabij de viaduct ligt een prachtige gîte.

Toen Stevenson er langs kwam waren arbeiders volop bezig met de planning van de viaduct. Een herdenkingssteen herinnert eraan dat tijdens de bouw van de viaduct op 04-10-1899 4 mensen het slachtoffer werden van een ‘arbeidsongeval’. Af en toe stoot ik tijdens de wandeling door de beboste heuvelruggen op de spoorweg die uit de grond opduikt. Na het middagmaal volgt een steile klim naar de top van Cubizolle van waar een lange maar prachtige afdaling volgt naar Les Alpiers. Onderweg kan ik af en toe een glimp opvangen van kale lange heuvelruggen, mijn doel voor morgen. Moe maar voldaan kom ik aan in de gîte Les Alpiers, uitgebaat door Tiny. Ik ben blij dat ik zonder al te veel moeite de bijna 30 kilometer kon overbruggen. Ik betrek een kamer met een ander koppel. Tiny is van Nederlandse afkomst en baat de gîte alleen uit. Ze zorgt voor een lekker avond- en morgenmaal voor maximaal 20 gasten. De gîte ligt midden de natuur en in de veranda op de eerste verdieping waar één lange tafel staat worden de maaltijden opgediend. Deze plaats werpt een blik over het wijdse overweldigende landschap met zijn uitgestrekte kale heuvelruggen.

Le BleymardZaterdag 11/09/2010, Les Alpiers tot Le Pont-de-Montvert, 21,1 km
Na het ontbijt vertrek ik als eerste voor een dag naar het hoogste punt van de Stevenson route. Ik kom door het dorpje Les Alpiers en ontmoet er een Fransman die de nacht heeft doorgebracht in een tipi.

In een supermarkt in Le Bleymard kan ik niet alleen mondvoorraad kopen maar ook geld uit een automaat halen. Bij het omwisselen van batterijen in mijn gps zijn opeens alle instellingen veranderd. Ik let niet op de routemarkeringen. Ik klim gestadig en kijk neer op het dorp. De zon schijnt en het zweet gutst langs mijn gezicht naar beneden. Ik geniet van het landschap rond mij. In plaats van op een heuveltop kom ik terecht in een klein dorpje. Ik besef dat ik verkeerd ben gelopen. Ik doe een auto stoppen en verneem van de dame achter het stuur dat ik in het dorpje Mas Orcières ben via de GR68. Ze voegt er onmiddellijk aan toe dat ik niet de enige wandelaar ben die zich vergist en nodigt me uit in haar wagen te stappen. De vriendelijke dame brengt me in een mum van tijd naar het dichtstbijzijnde punt waar ik de GR70 opnieuw kan oppikken. Het stenige bospad stijgt heel snel en na korte tijd bereik ik het skistation van Mont Lozère.

Le Pont-de-MontvertVia een prachtig pad omzoomd met hoge stenen (montjoies) die de gronden van de Ridders van Malta afbakenden, bereik ik uiteindelijk de top van Finiels op een exacte hoogte van 1.699 m. Het is helder en de zichtbaarheid hemels. Rondom krijg ik een prachtig zicht. In de verte kan ik zelfs sneeuwvelden van de Alpen ontwaren. Daarna volgt een zware afdaling naar het dorpje Finiels toe. Het landschap is betoverend. Her en der liggen grote afgeronde rotsblokken als knikkers over het landschap uitgestrooid.

Ik bevind me dan ook in het land van de Camisards (protestanten). Ik zie er voor het eerst een protestants kerkhof. De Mont Lozère vormde een natuurlijke barrière tussen de Katholieken en Protestanten. In het dorpje Finiels nabij een frisse bron, ontmoet ik tot mijn verbazing twee fietsers, Chantal en Arthur die ik enkele dagen voordien had leren kennen in de gîte L’Etoile. Het terugzien is totaal onverwacht maar heel leuk. Op een terrasje nabij een gîte drinken we het glas der vriendschap. Na het afscheid van Chantal en Arthur wandel ik verder door een indrukwekkend landschap over heerlijke aardewegen en smalle paden. Van op een heuveltop zie ik in het dal het dorp Le Pont-de-Montvert vredig glinsteren in de zon. Het dorp was echter in vroegere tijden het toneel van gruweldaden en de start van een godsdienstoorlog.

In de avond van 24 juli 1702 komt een groep Camisards van een zestigtal personen o.l.v. Pierre Esprit Séguier afgezakt om er hun geloofsgenoten te bevrijden uit de handen van inquisiteur abt Chayla. Zijn woning wordt in brand gestoken en de abt zelf wordt vermoord en zijn lichaam van de brug in de Tarn gegooid. Enkele tijd later wordt Pierre Esprit Séguier gevangen genomen en levend verbrand op dezelfde brug…Ik neem mijn intrek in hotel-restaurant ‘Les Cévennes’. Na een verkwikkende douche en een verkenning in het dorp beland ik op een terras samen met mijn kamergenoten van de vorige nacht.

Le Pont-de-Montvert GR70Zondag 12/09/2010, Le Pont-de-Montvert tot Bédouès, 24,5 km
Na een uiterst sober Frans ontbijt verlaat ik het dorp via een snel stijgend pad langs een heuvelflank. De vroege zonnestralen verdrijven de ochtendkilte en spreiden zich uit over de omliggende heuveltoppen. Het dorp onder mij wordt steeds kleiner naarmate ik hoger klim. Boven op een hoogvlakte passeer ik een typische boerderij. Het is heerlijk wandelen op de hoogvlakte om nadien af te dalen langs smalle bospaden.
Daarna volgt een lange steile klim aanvankelijk door bossen om nadien ten volle terecht te komen op de drailles van kleurrijke heuvelruggen. Langs alle kanten is het zicht adembenemend. ’s Middags neem ik alle tijd voor een hap nabij een schuilhut voor herders en wandelaars. In een felle zon geniet ik tijdens het eten van de pracht van de omliggende natuur.

Ik wandel verder langs stille paden en kom niemand tegen behalve talrijke hagedissen die over de hete witte wandelpaden wegflitsen. Via de col du Sapet bereik ik de splitsing van de GR70 met de GR68 waar de meeste trekkers ten onrechte de kortere weg naar Florac via de GR68 kiezen. Ik blijf de GR70 volgen gezien ik voor 2 nachten een caravan heb geboekt. Via de oevers van de Tarn kom ik aan op camping Chon du Tarn in Bédouès. Gezien ik nog ruim de tijd heb voor de receptie haar deuren opent, laat ik er mijn rugzak achter. Ik bezoek de Collegiale die recht tegenover de camping is gelegen. Vol bewondering kijk ik naar de kerk die in 1363 gesticht werd door Urbanus V, Paus in Avignon. De kerk is net een versterkte burcht . Na het bezoek aan de kerk neem ik mijn intrek in een caravan met voortent. Ik doe wat boodschappen in de campingwinkel en bestel vers brood voor morgen. Ik vind het zalig om weer eens in een caravan te kunnen overnachten. ’s Avonds tikken de druppels op de voortent mij in slaap.

FloracMaandag 13/09/2010, Rustdag Florac 14,7 km
Ik doe het rustig aan vandaag. Ik haal versgebakken stokbrood, jam, melk en koffie en neem alle tijd voor het ontbijt. De zon is opnieuw van de partij. Ik probeer voor de volgende dagen onderdak te vinden doch voor morgen dinsdag lukt me dat niet. Ik boek dan maar een bed voor de dag erna maar heb dan wel een wandeldag van meer dan 35 km te overbruggen. Het is allemaal niet zo erg. Ik ben met verlof en boek nog een bijkomende nacht op de camping.
Morgen zal ik enkele luswandelingen maken in de omgeving. Kort voor de middag wandel ik via de GR70 langs de rechteroever van de Tarn naar Florac. Het stadje wordt gedomineerd door de hoge rots van Rochefort die als een burcht over de omgeving waakt. Het is aangenaam toeven in het mooie stadje dat beroemd zou zijn voor zijn mooie vrouwen. Ik slenter rond en geniet van een lekkere couscous op een zonnig terras. Op de terugweg breng ik een bezoek aan het centrum van Bédouès waar de school en de gemeente in één gebouw zijn ondergebracht. Naast de mairie bevindt zich de tweede kerk van Bédouès, een schattig kerkje met mooie gerestaureerde muurschilderijen. ’s Avonds geniet ik van knapperig stokbrood, lekkere wijn en pélardons, typische geitekaasjes uit de Cévennes.

Dinsdag 14/09/2010, Wandeldag Bédouès, 19,2 km
Na het ontbijt vertrek ik voor de luswandeling ‘sentier de Puecheral’ (11 km- 03:30 u). De wandeling volgt de GR68 richting Noorden. Er volgt een steile klim naar een woeste hoogvlakte met mooie heuvels. Ik kom tijdens mijn wandeling niemand of niets tegen. Ik passeer een slaperig gehucht Chadenet om via bossen weer af te dalen naar de Tarn.
Rond de middag zit mijn wandeling er al op. In de zon geniet ik aan de oevers van de Tarn van een pression. Om het niet af te leren en de spieren volledig los te gooien doe ik er nog de lus ‘sentier de Lempezou’ (8 km – 02:45 u) bij. Na een klim door een bos bereik ik via de kleine dorpskern van Bédouès opnieuw de camping. Ik drink er koffie, neem een douche, doe de afwas en de was. Na al die drukke bezigheden rust ik uit en ga onder de wol want morgenvroeg start ik voor een lange étappe.

CevennenWoensdag 15/09/2010, Bédouès tot St Germain-de-Calberte, 37,8 km
Om 06.45 uur ben ik al op stap. Zo vroeg in de morgen is het nog frisjes doch een mooie zonnige dag komt eraan. De eerste zonnestralen zetten de rots van Rochefort boven Florac in een oranje gloed. Mist en wolkflarden zweven over de Tarn en haperen in de dalen. Het is stil want de natuur moet nog ontwaken. Ik voel me goed en wandel vlot over smalle paden.
In Saint-Julien-d’Arpaon volg ik gedurende 7 kilometer het traject van een oude spoorweg. De omliggende rotsen lijken net het decor van een western. De stilte wordt enkel verstoord door het geluid van klotsend en kolkend water van de dieperliggende Mimente.

Rond de middag rust ik uit op het terras van de gîte in Cassagnas. Het oude treinstation werd omgebouwd tot gîte. Ik drink er een pression en stap verder door het woud van Fontmort. Er heerst een zalige rust en door de bomen vang ik af en toe een glimp op van de omliggende heuvelruggen badend in een zweem van zonlicht. Onderweg bots ik op een prehistorisch graf nabij een menhir. Deze begraafplaats biedt een fantastisch zicht op de ruige beboste heuvels en lijkt me inderdaad een ideale laatste rustplaats. Via de col de la Pierre Plantée daal ik via smalle rotspaden af naar Saint-Germain-de-Calberte. Stekelige kastanjebolsters hangen overvloedig over het pad en hinderen af en toe een vlotte doorgang.

Bij aankomst in Saint-Germain-de-Calberte heb ik er bijna 38 km opzitten. In het kleine dorpje met zuiderse charmes brengt de uitbater van de gîte Le Recantou, in feite een café-restaurant met kamers, me onder in een ander gebouw waar ik de kamer moet delen met een Brit. Na een verkwikkende douche ga ik op stap in het dorp met zijn kerkje en smalle steegjes om daarna neer te vleien in de zon op het terras van de gîte.
Ik geniet er van heerlijk koud vocht… Belgische Duvel.

CamisardsDonderdag 16/09/2010, St Germain-de-Calberte tot St Jean-du-Gard, 25 km
Ik start voor de laatste wandeldag langs de Chemin de Stevenson. Via rustige paden door een golvend landschap houd ik halt in Saint-Etienne-la-Vallée-Française. Ik drink er een liter koude yoghurt en ga buiten de wandelroute op zoek naar de kerk op het charmante marktpleintje.
Via een laatste klim naar de col Saint-Pierre daal ik door een groen landschap af naar Saint-Jean-du-Gard. Nabij het stationnetje met zijn toeristentrein proberen enkele druppels roet in het eten te gooien.Ik wandel door het stadscentrum naar camping Les Sources waar ik een caravan had geboekt gezien ik sedert dagen onmogelijk een plaats kon bemachtigen in de lokale gîte. In de loop van de avond begint het fel te regenen. Op mijn stafkaarten bekijk ik de wandelmogelijkheden om het weekend door te komen. Telefonisch regel ik enkele overnachtingen. Ik ben blij dat ik nog enkele dagen door de ruwe Cévennes kan trekken.

St Jean-du-GardVrijdag 17/09/2010, St Jean-du-Gard tot Soudorgues, 17,1km
Na de regen van de voorbije nacht verlaat ik onder een licht bewolkte hemel Saint-Jean-du-Gard. Ik volg de wegmarkeringen van de GR61. Het is heerlijk wandelen in een aangename temperatuur en het blijft droog. Meer en meer strooit de zon haar stralen over het landschap. Langs stenige paden stijg ik de woeste natuur van de Cévennes binnen. Onderweg kom ik midden het woud een drietal graven tegen van de familie Bordarier. De Protestanten mochten indertijd hun doden niet begraven op de katholieke kerkhoven.

Via la Jasse d’Almiras, col de Briontet, col du Mercou en col de Cabane Vieille bereik ik een splitsing waar ik links moet afdalen naar Soudorgues. Ik vind wel een weg die links naar beneden gaat doch nergens de wit-rode tekens van de GR63. Gezien de hoogte, tijd en afstand moet dit pad het juiste zijn. Er volgt een stenige en zware afdaling. Uiteindelijk kom ik op een breed pad dat af en toe geasfalteerd is. Ik hoor een voertuig naderen dat naast mij stopt. De vrouw aan het stuur zegt dat we vermoedelijk met elkaar gebeld hebben en dat de sleutel van de gîte op de deur steekt zodat ik gerust naar binnen kan. Ik moet maar doen of ik thuis ben. Op een gezellig pleintje liggen enkele gîtes, een restaurant en een winkel met streekproducten. Ik doe er enkele inkopen nadat ik mijn rugzak in de gîte d’étape heb afgezet. Na een overheerlijk avondmaal in het restaurant ‘Le Relais du Fageas’ duik in mijn bed in. In de gîte voor 8 personen ben ik alleen.

GardZaterdag 18/09/2010, Soudorgues tot Colognac, 16 km
De ganse nacht heeft het fel geregend. Ook ’s morgens valt er veel regen waardoor ik alle tijd neem om te ontbijten. Ik zie het niet zitten om langs rotsige gladde paden slippertjes te maken. Wanneer ik rond 10 u vertrek stopt het plots met regenen en piept zelfs af en toe een waterzonnetje door de wolken.
Via de GR63 bereik ik het langgerekte dorp Lasalle. Onderweg laat ik mijn gps op de grond vallen waardoor hij alle verdere medewerking weigert. Op het tijdstip van het aperitief kom ik aan in het vredige Colognac. Juist op tijd voor een lekkere Ricard in de bar-tabac van Anne. Het blijkt er de ontmoetingsplaats van het dorp waar alle sociale contacten onderhouden worden. Na mijn rugzak te hebben achtergelaten op mijn kamer, trek ik kort na de middag via de GR6 en GR67 naar de Col des Fosses. Een heerlijke wandeling van een drietal uur brengt met naar een top waar in 1944 een maquisard door de nazis gruwelijk werd vermoord. Na een lekker avondmaal val ik in een diepe slaap.

Zondag 19/09/2010, Colognac tot Anduze, 20 km
Bij het openen van de rolluiken vallen de zonnestralen over het vredige dorpspleintje mijn kamer binnen. Wat is het heerlijk om zo wakker te worden op een zondag met een mooi gedekte ontbijttafel. Ik stap met de remmen op naar Anduze om ten volle te kunnen genieten van mijn laatste wandeldag. De zon is net als de omgeving van de partij. In Saint-Félix-de-Pallières word ik bedwelmd door de eenvoudige schoonheid van een Romaans kerkje uit de 11de eeuw. Uiteindelijk beland ik in Anduze, een klein dorp met duidelijk Zuiderse charmes. Ik betrek een kamer in de plaatselijke gïte en geniet nadien van de talrijke schilderachtige hoekjes van het stadje. Na het avondmaal bestaande uit een assiette camisard met de huiswijn zoek ik mijn kamer op.

Maandag 20/09/2010, Anduze tot Alès, 12 km
In plaats van de bus te nemen naar Alès stippel ik via de stafkaart een wandelroute uit. Via een eenzame wandelweg over de top van een heuvel passeer ik het dorp Blajeiras om via de D50 de laatste 6 kilometer naar Alès af te haspelen. In Saint-Jean-du-Pin stop ik nabij een supermarkt waar ik op het terras iets kan eten. Kort na de middag bereik ik het centrum van Alès waar in een oude kerk de toeristische dienst is ondergebracht.
De stad zelf kan me geenszins bekoren. Ik neem mijn intrek in hotel Durand nabij het station. Het hotel is populair bij wandelaars. ’s Avonds oogt de stad nog somberder doordat alle eetgelegenheden gesloten zijn. Om iets te ‘eten’ ben ik verplicht mijn toevlucht te zoeken in een gekende fastfoodketen waarvan ik de naam niet wens te noemen.

Dinsdag 21/09/2010, Alès tot Kortrijk
’s Morgens neem ik een trein vroeger dan voorzien naar Nîmes zodat ik er nog wat kan rondslenteren. Bij aankomst heb ik nog een tweetal uur tijd voor sight-seeing. Ik wandel van het station naar de Arena doch de tijd die me rest is te kort voor een bezoek. Nadien bots ik toevallig op de Romeinse poort van Augustus. Na een koffie op een terras en een belegd broodje in de hand, wandel ik opnieuw naar het station. Ik stap er op de TGV naar Lille voor een rit van 3 ½ uur. Ik koop er een ticket naar Antwerpen om af te stappen in Kortrijk. Om mij onbekende redenen wordt de trein van 18.06 u geannuleerd zodat ik nog een uurtje moet wachten. Aan het station van Kortrijk word ik na het verorberen van een zak Belgische frieten afgehaald. van Degryse Ivan

 

 

L'Etoile Maison d'hôtes. Een ideale plek om uit te rusten tussen Lozère, Ardèche en Cevennen in Zuid Frankrijk

Voorheen was L'Etoile een toeristisch Hotel met een prachtig park eromheen langs de rand van de rivier Allier gelegen in La Bastide-Puylaurent tussen de Lozère, de Ardèche en de Cevennen in de bergen van Zuid Frankrijk. Kruising van de GR70 Stevenson route, GR7, GR72, Le Cévenol, GR700 Regordane Weg (St Gilles), Margeride, Gévaudan, GR470 Sentier des Gorges de l'Allier, Montagne Ardéchoise en veel kleine Routepaden.

Copyright © gr70-stevenson.com